Monument Leidens Ontzet

Maker: Johan Coenraad Altorf (1876-1955)
Locatie: 
Plantsoen, hoek Geregracht
Jaar plaatsing: 
1924
Materiaal: 
Natuursteen

monument_leidens_ontzet_07_07_1.jpgIn 1923 werd er een commissie samengesteld voor de oprichting van een monument ter gelegenheid van de 350-jarige herdenking van Leidens ontzet. De opdracht ging naar een Hagenaar: de gerenommeerde beeldhouwer Johan Altorf. Dat de commissie voor Altorf koos, is niet verwonderlijk. Hij was een van de belangrijkste beeldhouwers rond 1900. Een beeldhouwer van vergelijkbare statuur was er toen niet in Leiden. Altorf vervaardigde met name in de architectuur geïntegreerde dierreliëfs, waarvan er in Den Haag nog diverse zijn. Maar hij werd ook veel gevraagd voor monumenten, standbeelden en portretten.

Voor het gedenkteken van het ‘Leidens Ontzet’ koos Altorf een strakke opzet met drie verticale geledingen en vier horizontale banden. Bovenin plaatste hij vier portretten van personen, die een belangrijke rol hadden gespeeld bij de bevrijding van Leiden van de Spaanse overheersers op 3 oktober 1574. In de top zien we Willem van Oranje, daaronder van links naar rechts Louis de Boisot, Jan van der Does en Jan van Hout. Hun namen zijn onder hun beeltenis in de steen uitgehakt. Onderin lezen we de tekst: ‘1574 – 1924 / Leiden Ontzet / Holland Gered’.

Je kan om het monument heen lopen, maar dat is niet zoals de maker het heeft bedoeld. Het heeft alleen een voorzijde. De concentratie op de voorkant is kenmerkend voor Altorf, die zijn beelden geheel in de traditie van de Amsterdamse School (1916-1926) ontwierp voor plaatsing aan, of direct bij gebouwen.

Het monument werd onthuld door Koningin Wilhelmina op 3 oktober 1924 en vervult nog steeds een belangrijke rol in de viering van 3 oktober. Zo staat het bestuur van de 3-Octobervereeniging er keurig in het gelid tijdens de Taptoe als het Wilhelmus wordt gespeeld. De Taptoe, een optocht van duizenden kinderen van de Leidse verenigingen, is het begin van de festiviteiten waarmee Leiden zijn ontzet viert.

raatpalen

Maker: Eduard Vijsma (1938)
Locatie: 
Petronella Moensweg, basisscholencomplex 
Jaar plaatsing
1984
Materiaal:
 Beton, staal, rvs.

Met elkaar praten zonder elkaar te zien. Met de telefoon vinden we dat heel gewoon. Maar als je via een toeter in een toegangspoort kunt praten met een ander kind bij een school even verderop, dan is dat een spannend avontuur. Dat was ook wat beeldend kunstenaar Eduard Vijsma voor ogen stond met zijn praatpalen. Hij wilde op die manier de drie verschillende basisscholen van het nieuwe scholencomplex in de Stevenshof met elkaar laten communiceren.

Daartoe bedacht Vijsma voor elk van de scholen (een openbare, een katholieke en een protestants christelijke) een toegangspoort van twee korte betonnen peilers met daarop een boog van vijf metalen buizen. Niet alleen verschilt de boog per school van vorm (cirkel, vierkant, driehoek), maar ook van kleur (accent op geel, rood of blauw). Mondstukken en toeters in de peilers plus pvc-buizen onder de grond zorgden ervoor dat kinderen iets tegen elkaar konden zeggen zonder elkaar te zien. Hoewel de praatfunctie in de loop van de tijd verloren is gegaan, markeren de poorten nog steeds de entrees van de drie verschillende scholen.

Toen het scholencomplex begin jaren tachtig werd gebouwd, kwam er geld vrij voor kunst volgens de percentageregeling. In 1955 had de gemeenteraad besloten om bij elke nieuwe school een bedrag te reserveren voor kunst. In dit geval zou een kunstenaar uit de regio de opdracht krijgen. Dat werd Vijsma. Hij was in 1961 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en had zich daarna in de hofstad gevestigd als zelfstandig beeldend kunstenaar. Deels was hij actief als wetenschappelijk tekenaar voor de Leidse universiteit. Daarnaast gaf hij les bij het Leidse tekengenootschap Ars Aemula.


Beelden in de Stad weergeven op een grotere kaart