Wat is De Stijl?

Belangrijke leden van De Stijl waren onder andere Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Gerrit Rietveld. Maar De Stijl was véél meer: een stroming, een beweging, een denkschool, ontstaan op de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Die verwoestende oorlog zorgde voor een technologische en industriële innovatie en nieuwe denkrichtingen en ideeën op het gebied van kunst, vormgeving en kleurgebruik. Voor Van Doesburg stond samenwerking centraal. Kunstenaars, ontwerpers en architecten moesten samenwerken om een vrolijke, optimistische, ‘beeldende’ invloed op het hele leven uit te oefenen. Daarbij werd gebruikgemaakt van de heldere, primaire kleuren blauw, geel en rood en veel horizontale en verticale lijnen. Die moesten samen zorgen voor levendige en vrije kunstwerken, ontwerpen en architectuur. 

De Stijl oefende ook invloed uit in het buitenland: zo waren er contacten met de Duitse opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten genaamd Bauhaus en de Russische constructivisten. Onder invloed van Theo van Doesburg evolueerde Bauhaus zelfs in de richting van het modernisme. Meubelen, kleding, gebruiksvoorwerpen voor in huis, huizen, straten, ja zelfs hele steden: alles moest (en werd) anders. Het moest simpeler en functioneler en ook maatschappelijk relevanter zijn dan voorheen. De kunstenaars die zich rondom het tijdschrift De Stijl verzamelden wilden niet het minste: een betere, optimistische toekomst in een nieuwe wereld.

 

Vernieuwende vormen

Het is precies diezelfde wens, de samenleving van de toekomst vormgeven, die de ontwerpers van Dutch Design aan de kunstenaars en ontwerpers van De Stijl koppelt. De twee stromingen delen hetzelfde gedachtegoed, maar hun vormentaal is verschillend. De Stijl ging vooral voor eenvoud, Dutch Design uit zich meer in verscheidenheid. Het begrip Dutch Design werd in 1993 voor het eerst genoemd door een Italiaanse journaliste tijdens de Salone del Mobile van dat jaar in Milaan. De eerste Dutch designers baseerden zich rechtstreeks op het werk van Gerrit Rietveld die zijn hele leven zocht naar vernieuwende vormen die voor iedereen bereikbaar moesten zijn. Samengaan van ambacht en industriële productie waren essentieel voor Gerrit Rietveld en dat geldt ook voor de eerste generatie Dutch designers, opgeleid op de beroemde designscholen van Arnhem en Eindhoven. Dutch Design ging in de afgelopen 25 jaar de wereld over en is in 2017 vooral te zien in hét Design District van Nederland: Brabant, Tilburg en Helmond. 

Theo van Doesburg

Op 33-jarige leeftijd reist Theo van Doesburg (Utrecht 1883 - Davos 1931) de liefde achterna en vestigt zich in 1916 in Leiden. Theo van Doesburg is zijn pseudoniem, zijn echte naam is Christian Emil Marie Küpper. Hij heeft op dat moment al een staat van dienst: na rond 1900 als figuratief schilder te zijn begonnen, ontwikkelt hij rond 1915 een lyrisch abstracte schilderstijl. Ook schrijft hij gedichten en kunstkritieken. Verder is hij actief binnen de kunstenaarswereld als organisator van tentoonstellingen en als medeoprichter van kunstenaarsgroepen. De periode in Leiden – van 1916 tot 1922 – is echter uitermate belangrijk, niet alleen voor het werk van Theo van Doesburg zelf, maar ook voor de ontwikkeling van de beeldende kunst in het algemeen.


De Stijl in Leiden

Van Doesburg richt al snel na zijn verhuizing in 1916 in Leiden de kunstenaarsvereniging De Sphinx op. Deze voldoet vanwege de diversiteit van opvattingen en stijlen echter niet aan zijn verwachtingen. Geïnspireerd door zijn kennismaking met kunstenaar Piet Mondriaan richt hij daarom in 1917 in Leiden het tijdschrift De Stijl op. Al vanaf het eerste nummer speelt het tijdschrift een grote rol in binnen- en buitenland. Van Doesburg nodigt geestverwante kunstenaars in het buitenland uit om in het tijdschrift te publiceren.

Theo van Doesburg in Leiden

In Leiden begint voor Van Doesburg zijn meest kenmerkende periode: hij legt zich toe op kunstwerken die geheel opgebouwd zijn uit abstract-geometrische elementen. Aanvankelijk zoekt hij nog steun bij de visuele werkelijkheid. Hij maakt bijvoorbeeld eerst een vrij natuurgetrouwe tekening van de Blauwpoortsbrug in Leiden. Vervolgens gaat hij deze tekening steeds verder 'doorbeelden', dat wil zeggen dat hij de tekening steeds verder gaat reduceren tot elementaire vormen, totdat er uiteindelijk uitsluitend lijnen en rechthoekige vlakken overblijven. Het herkenbare motief wordt 'doorgebeeld' tot een abstracte compositie. Al snel echter durft hij het aan om het schilderij van begin af aan als een op zichzelf staande abstracte compositie op te zetten.

Veelzijdig kunstenaar

Van Doesburgh gaat tijdens zijn Leidse periode steeds meer 'doorbeelden'. Daarnaast ontpopt hij zich als een veelzijdig kunstenaar die niet alleen schildert maar zich onder andere ook toelegt op het ontwerpen van glas-in-lood toepassingen.

Theo van Doesburg woonde in de buurt van Museum De Lakenhal aan het Kort Galgewater nummer 3. Vanuit het raam van zijn atelier keek hij uit op de Blauwpoortsbrug. Deze gouache is een vrij natuurgetrouwe weergave van de situatie ter plekke.

In een later stadium maakte Theo van Doesburg van de vrij natuurgetrouwe weergave van de Blauwpoortsbrug deze doorbeelding. Alleen de lijnen die hij belangrijk vond accentueerde hij, waardoor de voorstelling nog meer wordt geabstraheerd.

Inspiratiebron

Van Doesburg is met zijn nieuwe werkwijze een inspiratiebron voor andere Leidse kunstenaars als Hendrik Valk en Harm Kamerlingh Onnes. Ook zij gaan experimenteren met het terugbrengen van de uiterlijke verschijningsvorm tot werken waarin de abstract-geometrische beeldtaal een belangrijke rol speelt.