Het Pieter Loridanshofje is gebouwd op het achtererf van de vroegere herberg De Vergulde Wagen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vluchtte Pierre Loridan voor de Spaanse Inquisitie uit de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens een grote pestepidemie in 1655 (ruim 15.000 doden op een inwonersaantal van ongeveer 50.000). Hij verloor familie en geloofsgenoten en besloot, bij wijze van goed werk, een hofje te stichten.

Korte tijd na het maken van zijn testament werd ook hij slachtoffer van de pest. Zijn executeurs-testamentair kochten de eerder genoemde herberg, waar in 1656 het hofje gebouwd werd. Via een hal komt men op het binnenterrein, waar een galerij de aandacht trekt. Deze is nu in gebruik als fietsenstalling, maar diende vroeger om de was te kunnen drogen, om een praatje te maken en in het najaar een keer om de ossen te slachten, die door de regenten werden gekocht en verdeeld onder de bewoners.